Welke regels van toepassing zijn, hangt af van drie vragen: wat doet het product, wie gebruikt het en waar? Zit er elektronica in, dan krijg je te maken met de EMC-richtlijn. Communiceert het draadloos, dan geldt de wellicht de Radioapparatuurrichtlijn. Aangedreven bewegende delen kunnen onder de Machineverordening vallen, die vanaf januari 2027 de Machinerichtlijn vervangt. Ook de gebruiker telt mee. Producten voor consumenten krijgen vaak met strengere eisen te maken dan producten voor professionals. Voor kinderen gelden weer eigen regels.
Tot slot bepaalt de markt het kader. Binnen de Europese Unie toon je met de CE-markering aan dat je product aan de regels voldoet, daarbuiten gelden andere systemen. Zet dit vroeg op een rij, want dat overzicht is het vertrekpunt voor je ontwerp.
In de regelgeving kom je twee begrippen tegen die vaak door elkaar worden gebruikt: richtlijnen en normen. Een richtlijn is de wet. Die zegt wat je product moet bereiken, bijvoorbeeld dat het veilig is om te gebruiken.
Een norm is de handleiding. Die beschrijft hoe je dat bereikt en aantoont, met concrete eisen en testmethodes. Houd je je aan de normen die bij een richtlijn horen, dan wordt aangenomen dat je product aan de wet voldoet. Zo wordt een algemene regel een lijst met eisen waarmee je kunt ontwerpen.
Neem een fietsje voor kinderen van één tot drie jaar, dit product valt onder de Speelgoedrichtlijn (de wet). Die zegt dat speelgoed de veiligheid van kinderen niet in gevaar mag brengen. De bijbehorende norm EN 71-1 verteld hoe: Zo mogen er bijvoorbeeld geen onderdelen los kunnen komen die klein genoeg zijn om in een speciale testcilinder te passen, omdat een kind erin kan stikken.
Een praktische manier om te zien wat de markt verwacht, is kijken naar vergelijkbare producten. Welke markeringen en keurmerken staan erop? Welke normen en beschermingsklassen noemen ze in hun specificaties? Soms gaat dat verder dan wat wettelijk verplicht is. Denk aan een vrijwillig keurmerk of een hogere IP-klasse die in een branche de standaard is geworden. Dat is geen "wet", maar voor je afnemer kan het wel het verschil maken. Zo krijg je niet alleen zicht op wat moet, maar ook op wat de markt verwacht.
Al deze eisen neem je mee in een programma van eisen en landen uiteindelijk in je ontwerp. Een IP-klasse bepaalt hoe je de behuizing afdicht en hoeveel naden die mag hebben. EMC-eisen beïnvloeden de printplaat en soms de materiaalkeuze van de behuizing. Veiligheidseisen zeggen iets over randen, afstanden en bevestigingen.
Weet je dit vooraf, dan zijn het gewoon randvoorwaarden waarbinnen je ontwerpt. Ontdek je het pas bij de keuring, dan moet het ontwerp terug. Is de matrijs al gemaakt, dan betekent dat extra kosten en weken vertraging, precies op het moment dat je richting de markt wilt.
Een helder beeld van de regels die voor je product gelden, geeft rust in de rest van het traject. Door deze vragen mee te nemen in de verkenning, net zoals kostprijs, gebruik en maakbaarheid, voorkom je verrassingen achteraf.
Een vraagstuk goed afkaderen is een vak apart en wij kunnen je hierbij helpen. We stellen de vragen die het kader scherp maken, toetsen de aannames en zorgen dat je met een helder vertrekpunt de ontwerpfase in gaat. Benieuwd hoe we de verkenning in de praktijk aanpakken? Op onze pagina verkennen lees je er meer over.
Klaar om samen aan jouw vraagstuk te werken? Neem contact op, dan brengen we je idee, markt en techniek samen tot een helder plan.