Werken aan de producten van de toekomst

By 29 september 2015 Artikelen

ENSCHEDE – Hoe ziet het product van de toekomst eruit? Met die vraag zijn ze bij Industrieel Ontwerpbureau Dynteq in Enschede dagelijks bezig. De drie eigenaren begonnen in 2005 met hun studentonderneming op Saxion en hebben tien jaar later al heel wat innovaties gerealiseerd.

De drie eigenaren van Dynteq: Rob Lenferink, Christiaan Haverslag en Niels Markvoort. (foto: Lars Smook)

 

In de gang staat een blauwe fiets. Niet zomaar een fiets, maar een ‘slimme fiets’. Wie goed kijkt ziet dat de naaf van de fiets wat groot is uitgevallen, in die naaf zit technologie. Koppelingen met je smartphone of je smartwatch, alles kan eigenlijk met deze fiets, leggen Rob Lenferink, Christiaan Haverslag en Niels Markvoort uit. Die trend zien de eigenaren van Dynteq op veel fronten als het gaat om productontwikkeling nu en in de toekomst. „Grasmaaiers en stofzuigers zijn al zelfrijdend geworden. En er gaat nog behoorlijk wat veranderen.”

Producten worden complexer en slimmer en software speelt daarbij een steeds grotere rol. De kunst zit ’m in de toepassing, het vinden van de juiste combinaties en het kunnen maken van het uiteindelijke product. En dat kun je gerust aan ‘de jongens’ van Dynteq overlaten. Christiaan Haverslag: „Niet alleen de technologie, ook de rol van de gebruiker gaat veranderen. En dat heeft weer veel invloed op het design en productontwerp.” Trendwatchers willen ze zichzelf niet noemen, ze kijken meer naar de techniek en technologie die beschikbaar komt. „We zijn meer technologywatchers.”

Stoute schoenen

In 2005 moesten ze als studenten aan de Saxion Hogeschool een fictieve onderneming opzetten. „Maar we waren meteen zo laaiend enthousiast dat we zeiden: we gaan dit écht doen!”, zegt Christiaan Haverslag. „We waren jong, hebben de stoute schoenen aangetrokken en gingen gewoon bij bedrijven langs om te vragen of ze nog ontwerpopdrachten hadden. Bedrijven vinden het geweldig om met jonge mensen te werken, dus dat ging eigenlijk makkelijker dan we dachten”, schetst Rob Lenferink.

Ondertussen studeerde het drietal verder aan de Universiteit Twente. Alle drie hadden ze een vwo-achtergrond, maar werkten ze graag met hun handen. Toch misten ze een verdiepingsslag, dus studeerde Niels Markvoort alsnog Bedrijfskunde en Rob Lenferink en Christiaan Haverslag gingen Industrieel Ontwerpen studeren. Ondertussen runden ze hun bedrijf. „Als er veel werk was, werkten we, als het rustig was gingen we studeren. Eigenlijk werkte dat perfect. En we zijn ook heel goed gefaciliteerd door de UT.”

Passie blijft

Nu, tien jaar later, werken er tien mensen bij Dynteq. Maar de passie om zelf dingen te maken is er nog steeds bij het drietal. Op de bovenste verdieping van hun bedrijfspand staat een 3D-printer. De printer produceert prototypes en is een onmisbare tool geworden de afgelopen jaren. Vroeger moesten ze mallen maken, nu hebben de ontwerpers van Dynteq binnen afzienbare tijd een tastbaar, geprint voorbeeld op tafel liggen. In de werkplaats even verderop staat een freesmachine, ontworpen en geassembleerd door de het team zelf. „Tools voor onszelf ontwerpen houdt ons scherp, maar het versnelt waar mogelijk ook het ontwerpproces voor onze opdrachtgevers.”

Met Dynteq richten de drie eigenaren zich op de agrarische sector, de bouw, mobiliteit en industrie. De ‘wegdekdroger’ die in de werkplaats staat bijvoorbeeld is bedoeld voor wegenbouwers. Als het geregend heeft en het wegdek is nat, kunnen geen lijnen op de weg getrokken worden, en ligt het werk stil. „Dat is niet meer van deze tijd, niet efficiënt en onnodig”, volgens Rob Lenferink. Dynteq ontwikkelde samen met kennisinstanties zoals ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland) de wegdekdroger. „Er wordt overal veel gepraat, maar wij bouwen graag dingen.”

Het resultaat is een prototype dat niet zou misstaan in een Willie Wortel-strip: een gigantische ‘föhn’ die eerst het wegdek droog blaast. Lenferink: „Bedrijven missen tijd of expertise om dit soort problemen op te lossen. Wij kunnen eigenlijk bij ieder bedrijf wel wat nieuws brengen, we zijn de laatste jaren meer en meer als het verlengstuk van hun Research & Development-afdeling gaan werken.”

Powerbox

Een ander mooi voorbeeld is de ‘Powerbox’ die ze samen met installatiebedrijf Kersten Retail hebben ontwikkeld. Het aanbrengen van installaties voor gas, water en elektra is een ambachtelijk en tijdsintensief proces. De Powerbox is een geprefabriceerd element waarin al deze leidingen al aanwezig zijn. De elementen worden via een unieke werkmethodiek onderhands gemonteerd en gekoppeld. Dit systeem zorgt voor een tijdsreductie van maar liefst 60 procent op locatie. De innovatie heeft er aan bijgedragen dat de omzet van Kersten Retail in vijf jaar tijd meer dan verdubbeld is.

Met lef en het ‘jongehondenverhaal’ zijn ze de afgelopen tien jaar ver gekomen. „We hebben ook vaak ons hoofd gestoten hoor”, bekent Rob Lenferink. „We zijn in de eerste plaats techneuten en opeens voer je onderhandelingen met grote partijen en krijg je personeel.” Sinds 2010 hebben ze hun bedrijf verder geprofessionaliseerd en meer focus aangebracht. „Naast het oplossen van bestaande problemen gaan we steeds vaker in gesprek met bedrijven om gezamenlijk te kijken waar innovatiekansen liggen. Wij helpen bedrijven zo om meer rendement te halen. Dit doen wij door hun producten te verbeteren op het gebied van technologie, vormgeving of productie. Zo creëren we samen met onze opdrachtgevers de producten van de toekomst.”

Lenferink: „We lopen nu op plekken waar we onze eigen producten terugzien. Voor de Powerbox wonnen we vorig jaar tijdens de uitreiking van de erkenningen voor Goed Industrieel Ontwerp een ‘Special Award for Excellence’ en stonden we op het podium naast het 1-2 groentepotje van HAK. Dat is toch geweldig?”, zegt Lenferink. „Onze ambities zijn groot, op naar de volgende prijs voor onze opdrachtgevers.”

Bron: DeOndernemer

Rob Lenferink

About Rob Lenferink

partner, managing director