In de bunker die een straaljager moest beschermen tegen luchtaanvallen worden nu technische producten ontwikkeld en getest. Als eerste bedrijf heeft industrieel ontwerpbureau Dynteq zijn intrek genomen in een van de F16 shelters op de voormalige vliegbasis Twenthe. “Dit past helemaal bij ons. We zijn pioniers”, zeggen de eigenaren van het bedrijf dat tien jaar geleden als spin-off van de Universiteit Twente begon. Dynteq maakt onder meer furore met zelfrijdende tractors en een innovatief sturingssysteem voor Babboe bakfietsen.

In de nieuwe vestiging van Dynteq ligt de vroegere, loodzware deur van de bunker als een soort loper op de vloer. Shelter B514 heeft een glazen voorgevel gekregen, maar voor het overige is het massieve gebouw aan de buitenkant nauwelijks veranderd. De cultuurhistorische aspecten uit de F16-periode zijn wat dat betreft bewaard gebleven. Binnen de muren van gewapend beton, met een dikte van 70 tot 120 centimeter, zijn kantoorplekken, werkplaatsen en een ruimte voor het testen van protypes van nieuwe producten ingericht.

In totaal staan er dertien van dergelijke F16-bunkers binnen de hekken van de voormalige vliegbasis, waar de Technology Base vorm moet krijgen. Enkele van deze shelters worden al tijdelijk gebruikt maar moeten in navolging van de vestiging van Dynteq worden getransformeerd tot vaste onderkomens voor innovatieve bedrijven. Daarover worden met diverse gegadigden gesprekken gevoerd, aldus projectmanager Joep van Aaken van Area Development Twente (ADT), die het bedrijvenpark ontwikkelt. Een kijkje bij Dynteq moet ze over de streep trekken. “Hier komen een inspirerende werkplek en duurzame ontwikkelingen samen.”

De nieuwe bedrijfsruimte is qua klimaat volledig zelfvoorzienend. Momenteel worden zonnepanelen op het dak geplaatst. De verwarming in het pand is verder geregeld met een lucht-water warmtepomp, die gebruikt maakt van de aanwezige warmte in de buitenlucht. De riolering is niet aangesloten op het openbare riool, maar op een Individuele Behandeling Afvalwatersysteem, dat het afvalwater zuivert en vervolgens infiltreert in de bodem.

Met de ombouw van de bunker is volgens Van Aaken ‘enkele tonnen’ gemoeid. De kosten komen voor rekening van ADT, waarmee Dynteq een langlopende huurovereenkomst heeft gesloten. Oprichters Rob Lenferink, Christiaan Haverslag en Niels Markvoort van het bedrijf waren vanaf het begin betrokken bij de bouw, die is uitgevoerd door aannemer Haafkes. “De grootste uitdaging was er voor te zorgen dat we voldoende licht naar binnen zouden krijgen. Daarom hebben we gekozen voor een grote glazen voorgevel en hebben we ook binnen bijna alleen glazen wanden”, zeggen ze op de vrij hangende verdiepingsvloer, die uitzicht biedt op zowel ontwerpruimte als werkplaats.

Dynteq was in het voormalige legergebouw op de Zuidkamp, buiten het vliegveldterrein, uit het jasje gegroeid en heeft in deze regio industrieterreinen afgestruind naar een nieuwe ruimte. “Maar toen deze kans zich voordeed waren we er snel uit. We hebben hier een unieke werkplek. We willen ons onderscheiden en dat doen we hier. Alleen de weg er naar toe is al bijzonder. Bovendien gaan zich hier andere bedrijven vestigen waarmee we samen producten kunnen ontwikkelen. Deze omgeving biedt ook alle ruimte om ze te testen. Als je dat op een normaal industrieterrein zou doen, zie je binnen een uur je prototype op sociale media terug.”

Op Technology Base wil Dynteq een groeispurt inzetten. Het industrieel ontwerpbureau telt nu tien medewerkers. “Mede door de samenwerking met andere innovatieve bedrijven denken we dat aantal de komende vijf jaren te verdubbelen.”

Bron: Tubantia

Rob Lenferink

About Rob Lenferink

partner, managing director